Menu

Volstrekt uniek

Source: Ctrl.Alt.Country

(4****)

Nynke Laverman is wat je noemt een heus (folk)fenomeen. Wat ze doet blijft “nach wie vor” volstrekt uniek. Ook op haar nieuwe cd “Alter” weer. De manier waarop ze op die plaat “haar” Fries bedt in een hoogst eigenzinnige hybride van (Noord-)Europese, mediterrane en Latijns-Amerikaanse folkelementen, verraadt nadrukkelijk een duidelijke visie. Met name die van de buitengewoon zelfbewuste poëte, die zoveel meer wil zijn dan alleen maar een populaire artieste. Met haar geesteskinderen lijkt ze vooral ook te willen fungeren als een aantrekkelijke ambassadrice voor de taal waarin haar eigen verleden, heden en allicht ook toekomst geworteld zitten. En net door te opteren voor een dermate eclectisch ingevulde uitdrukkingsvorm wordt haar kans op slagen natuurlijk alleen maar rianter. In die mate zelfs, dat het als het ware als één langgerekte ode aan het adres van de zo stilaan voorzichtig weer haar opwachting makende lente en andere ontluikende nieuwe levensvormen opgevatte “Alter” ook nadrukkelijk hengelt naar internationale erkenning. Iets waarvoor Laverman ook een beroep deed op de veel gelauwerde producer-gitarist Javier Limón, onder meer bekend van zijn werk met Paco de Lucia, Mariza en Carlinhos Brown. En die stuwt haar hier geregeld naar eenzame hoogten! We noemen in dat verband om te beginnen al het briljante “Foarjiersfers”, een werkelijk oorstrelend mooie, op een gedicht van Rutger Kopland geënte hymne aan de lente. Of “Dūns Fan De Siedden” ook, waarin over een soort van verkapt tangoritme een zucht van verlichting bij het zien van de na een lange winter weer volop ontwakende aarde wordt geslaakt. Of “Nei Hūs”, waarin de protagonist(e) onder een voorzichtig Iberisch-Noord-Afrikaans geïnspireerde muzikale lappendeken vooral op zoek naar zichzelf blijkt. Oók héél mooi: het ogenschijnlijk als een doodgewoon liefdesliedje beginnende, maar op een enigszins magisch-realistisch aandoende noot eindigende “Foarsizzing”, het over een verleidelijk Zuiders ritme over (voorjaars)gevoelens van eindeloze liefde dansende “Balts”, “Awaiting”, het enige niet-Friese liedje van deze collectie en een monoloog aan het adres van de ongeboren liefdesvrucht in het eigen lichaam, het met de Friese poëet Tsjebbe Hettinga geschreven (en gebrachte) “Eftereach” en zeker ook “De Brulloft”, een sublieme cover van Lhasa de Sela’s “I’m Going In” en een passionele smeekbede om onvoorwaardelijke, het aardse bestaan overstijgende overgave. Dat laatste is wat ons betreft zo ongeveer het ideale voorbeeld om mee te illustreren, hoe goed Laverman wel is in het verklanken van gevoelens, het vertalen van gewaarwordingen van welke aard dan ook naar woord en lied. Iets waarbij ze aan het buitengewoon melodieus aandoende Fries overigens een erg fijne “partner in crime” heeft…

Download and read the review (PDF file): Volstrekt uniek